De labrador is al jaren een van de populairste honden van Nederland, en hij is groter en zwaarder dan mensen bij de aanschaf inschatten. Hieronder welke maat mand past, hoe je het zelf natelt, en waar je bij dit ras extra op let.
Hoe groot wordt een labrador
De rasstandaard is strak: reuen 56 tot 57 centimeter schofthoogte, teven 54 tot 56 centimeter. Het LICG en de officiële FCI-rasstandaard noemen dezelfde getallen. Het gewicht ligt gemiddeld tussen de 29 en 35 kilo, en de gemiddelde leeftijd die een labrador haalt is elf tot twaalf jaar.
Schofthoogte is de hoogte tot zijn schouder, en dat is niet het getal waar je een mand op kiest. Voor een mand telt hoe láng hij is, niet hoe hoog.
Welke maat mand past bij een labrador
Een volgroeide labrador meet van neus tot het begin van zijn staart meestal tussen de 80 en 100 centimeter. Dat valt in maat L: een mand van 115 bij 90 centimeter. Dat is ook de maat waar bijvoorbeeld de golden retriever, de duitse herder en de boxer in vallen.
Maat M (94 bij 74 centimeter) is voor honden tot 80 centimeter. Voor een uitgegroeide labrador is dat in bijna alle gevallen te klein: hij past er wel in, maar alleen opgerold.
Meet hem zelf, dat is nauwkeuriger
Rassen zeggen iets, je eigen hond zegt meer. Laat hem staan en meet van de punt van zijn neus tot waar zijn staart begint. Dat aantal centimeters leg je naast de maattabel en je weet meteen welke maat je nodig hebt.
Val je precies op de grens tussen twee maten, neem dan de grootste. Een mand die te groot is werkt altijd. Een mand die te klein is, wordt de bank.
Wanneer XL logischer is
- Je labrador komt boven de 100 centimeter uit, wat bij grote reuen voorkomt.
- Hij ligt vrijwel altijd languit gestrekt in plaats van opgerold.
- Er ligt nog een tweede hond bij, iets waar labradors zelden bezwaar tegen maken.
In die gevallen wordt het maat XL: 155 bij 110 centimeter.
Waarom de vulling bij dit ras extra telt
Onderzoek van de Universiteit Utrecht dat het LICG aanhaalt, zet heupdysplasie (HD) en elleboogdysplasie (ED) in de vijf belangrijkste erfelijke aandoeningen bij de Nederlandse labrador. Dat betekent niet dat jouw hond ze krijgt, en een mand voorkomt of geneest ze ook niet. Het betekent wel dat je bij dit ras liever niet op een dunne vulling gokt.
Waar het om gaat is simpel: een hond van dertig kilo drukt met zijn ellebogen, heupen en schouders op de vulling. Zakt die door, dan komt dat gewicht op de vloer terecht, elke nacht opnieuw. Een vulling die terugveert verdeelt die druk in plaats van hem door te geven. Heeft je labrador gewrichtsklachten, laat dan sowieso je dierenarts meekijken.
Labradors liggen graag languit
Let er bij de plek in huis op dat hij ruimte heeft om zich uit te strekken. Een mand die in een hoek tegen twee muren aan staat, dwingt hem in een bocht. Zet hem liever zo dat hij aan minstens één lange zijde vrij is, met zicht op de kamer maar niet midden in de looproute.
En dan de haren
Labradors verharen het hele jaar door, en twee keer per jaar stevig. Een afneembare hoes is bij dit ras geen luxe maar een voorwaarde. Haal de haren er dróóg af met een rubberen handschoen vóórdat de hoes de machine in gaat, en was hem daarna op 30 graden zonder wasverzachter.
Kort samengevat
- Labrador: reuen 56 tot 57 cm schofthoogte, teven 54 tot 56 cm, 29 tot 35 kilo.
- Voor de mand telt zijn lengte van neus tot staartbegin, niet zijn schofthoogte.
- Meestal 80 tot 100 cm, en dat is maat L: 115 bij 90 cm.
- Boven de 100 cm of altijd languit: dan XL.
- HD en ED horen bij de belangrijkste erfelijke aandoeningen van dit ras. Bespaar niet op de vulling.
Onze orthopedische hondenmanden
De Woefel-manden zijn gemaakt van orthopedisch koudschuim met tien jaar garantie op het schuim, en maat L en XL zijn er allebei. De maattabel rekent het voor je uit, en een extra hoes is bij een verharend ras geen overbodige aanschaf.







Share:
Hondenmand voor twee honden: welke maat heb je nodig?